·E1127
Wat doen wij in de stad? Een oproep tot omzien naar duizenden vanwege het Evangelie
Episode Description
Urbanisatie
De groei van de wereldbevolking heeft in de afgelopen decennia een enorme vlucht genomen. De getallen spreken voor zich. In 1830 telde de wereld 1 miljard wereldbewoners, in 1930 groeide dit aantal tot 2 miljard. Daarna lijkt de groei te versnellen. In 1960 telden we 3 miljard, in 1974 zo’n 4 miljard en in 2000 6 miljard wereldbewoners. Deze lijn zet scherp door, in 2011 telden we 7 miljard wereldbewoners, in 2022 8 miljard wereldbewoners. Missioloog dr. Michael W. Goheen merkt op: ‘In 1800 leefde 5% van de wereldbevolking in steden’. Hij stelt dat halverwege de 21ste eeuw 80% van de wereldbevolking in steden zal wonen.
In Nederland zien we enerzijds een trek vanuit de stad naar het platteland, vanwege nieuwe mogelijkheden voor thuiswerken. Anderzijds groeien steden. Met het aangrijpende bijverschijnsel van voortdurende kerksluitingen. Wonderlijk genoeg blijken allerlei migrantenkerken als bloembollen in het voorjaar een groen kopje boven de grond te steken. Tegen de trend in.
Hart en handen
Naast deze urbanisatie, ontstaat er een vacuüm als het gaat om zorg voor de naaste. Met name in de steden, waar de individualisering sterker is dan op het platteland. Onze samenleving vereenzaamt en de overheid trekt zich terug uit de cirkel van directe nabijheid van kwetsbare mensen. De vergrijzende samenleving is te duur voor een verzorgingsstaat. Vandaar dat er ruimte ontstaat voor burgerlijk initiatief. De zorg voor de kwetsbare naaste in zijn eenzaamheid en soms deplorabele omstandigheden roept om een antwoord.
De eeuwen door heeft de kerk hier een taak gezien. De vroegchristelijke kerk vormde een magneet in de samenleving, omdat christenen met hun dienstbare levensstijl duidelijk maakten wat het betekende om Christus na te volgen. In Mattheüs 25 stelt Jezus dat Hij via de kwetsbare medemens ons als het ware de vraag stelt: ‘Wat doe je nu met Mij?’ Dit zegt Jezus in de context van het laatste oordeel. Het gaat hier dus over een zwaarwegende vraag. De eeuwige bestemming van de gedaagde wordt er aan verbonden.
Door de jaren heen is het mijn ervaring dat in de achterstandswijken van onze steden de openheid voor het Evangelie groot is. Wie wel eens evangeliseerde, zal met mij de ervaring delen dat medelanders in deze wijken meer ruimte bieden voor gesprekken over het evangelie dan geslaagde mensen achter dure voordeuren. Ik heb meer gesprekken over het Evangelie gevoerd bij overstromende asbakken en bierviltjes, dan in penthouses.
De stad roept om hoofd, hart en handen voor de verkondiging van het Evangelie en de zorg voor de kwetsbare naasten. Daar leven duizenden die in geestelijk opzicht het verschil tussen hun linker- en rechterhand niet kennen, als bij Jona’s Ninevé.
Missio Deï
In de afgelopen eeuwen verspreidde zich het Evangelie over alle continenten van de wereld. Het muntje in het busje voor kinderen in donker Afrika heeft vrucht gedragen. Het zwaartepunt van de kerk is in de afgelopen decennia verschoven naar het Zuidelijk halfrond. Een ongekende beweging vond plaats, die ons eerbiedig doet buigen voor de Heere in het besef dat de verbreiding van het Evangelie werkelijk missio Deï is. Hij staat er Zelf voor in.
Verkondiging
Bovenstaande overwegende, stelt dit ons de vraag hoe de toekomst tegemoet te treden als burger van één van de meest geseculariseerde landen van de wereld. Hierbij vormt de Woordverkondiging de sleutel. Maar ‘hoe zullen zij in Hem geloven, van Welke zij niet gehoord hebben?(Rom 10: 14b) Dit betekent dat de bediening van de verzoening in de steden om revitalisatie vraagt.
Voor ons kerkgenootschap betekent dit dat we onze ogen leren richten op de stad. Om daar met Woord en daad de Heere te dienen in de wijken. Laten preekstoelen gered worden van de sloophamer, om gevuld te worden met predikers van soevereine genade voor verloren zondaren. Laten verpauperde Godsgebouwen weer druisen, tot Gods eer. Als dit ons iets mag kosten, dan misschien allereerst onszelf?
Beter dan dr. J.H. Bavinck kan ik het niet uitdrukken, wat dan het richtpunt zou moeten zijn bij deze opdracht: ‘En nu is het wel waar, dat wij van die liefde met woorden alleen niet genoeg vertellen kunnen en dat wij het ook met daden betonen moeten, maar de nadruk valt toch altijd op de liefde van Christus. Hem moeten wij prediken en dat kan niet zonder woorden. Pas wanneer wij telkens met eerbied spreken over onze Heiland en Meester, zullen onze hoorders ook de barmhartigheid, die wij betonen, niet gaan zien als bewijzen van onze voortreffelijkheid, maar als vruchten van het werk van Hem, Die ons eerst heeft liefgehad. Woord en daad kunnen nooit van elkaar gescheiden worden.’