Episode Description
Op een toerustingsavond van Geloofstoerusting in Ermelo stond ds. A. (Arie) Simons niet bepaald zelfverzekerd voor de zaal, maar veel meer kwetsbaar. Hij vertelt hoe hij naar deze avond had uitgezien, hoe hij ‘heel de week in mijn hart en in mijn gedachten bezig geweest’ was met de bezoekers en met het Woord. Maar vlak voor hij moet spreken, ervaart hij iets heel anders. Het voelt als ‘een soort vuistslagen in mijn ziel, in mijn hart’.
Naast de innerlijke strijd, werd hem een preek doorgestuurd waarin de dominee de waarschuwing deed aan zijn hoorders: ‘Pas op, je wordt bedrogen voor de eeuwigheid.’ Tegen die achtergrond toch het evangelie preken deze avond: ‘Ik voel er niks van. Ik ervaar het op dit moment helemaal niet. Alleen maar het tegendeel.’
Die ervaring staat niet op zichzelf, maar illustreert iets van de boodschap deze toerustingsavond. Want meteen voegt hij eraan toe: ‘Ik moet het van mijn Meester hebben en die zal het ook vanavond geven.’ Niet je gevoel, maar Gods belofte is beslissend!
Dat onderstreept hij met een aangrijpend beeld uit zijn eigen leven. Zijn dochter kreeg te horen: ‘Je hebt misschien nog twee weken te leven. Je mag naar huis om te sterven.’ Ze hield haar bijbeltje zo stevig vast dat ‘de vingerafdrukken in de kaft van de Bijbel’ stonden. In die herinnering wordt het zichtbaar: ‘Zoveel waarde heeft het Woord. Niet jouw gevoel.’ In het Woord; dáár ligt je houvast.
Vanuit Romeinen ontvouwt hij wat dat betekent. Het evangelie is volgens Paulus dat Gods rechtvaardigheid wordt aangeboden aan mensen die ‘de eeuwige dood hebben verdiend’. ‘Het is niet waar omdat ik het ervaren heb, maar het is waar omdat God het beloofd heeft.’ Wie door het geloof Christus omhelst, is rechtvaardig voor God. ‘In de ogen van God een rechtvaardige. En wie zijn we dan in onszelf? Een goddeloze.’
Dat spanningsveld moet je leren verdragen. ‘Het geloof gaat soms dwars tegen het gevoel in.’ Ons gevoel en onze bevinding kunnen zelfs ‘grote vijanden’ zijn van Gods belofte. Daarom zegt hij: leef ‘door het geloof uit de Schrift, uit het Woord. Op Uw Woord heb ik gehoopt.’
Vervolgens spreekt Simons over vrijheid in Christus. In Romeinen 6 krijgt de zonde ‘een knak’. De macht is gebroken, ook al ervaar je dat lang niet altijd. Maar Romeinen 7 laat zien dat we ook bevrijd zijn van de wet. Met het beeld van een huwelijk maakt de apostel Paulus dat duidelijk. De wet is als een man die telkens zegt: ‘Doe dat.’ De vrouw wil gehoorzamen, maar faalt steeds. Dan hoort ze van een andere man die zegt: ‘Ik zal het voor je doen.’ Dat is Christus. Maar zolang ze met de eerste man getrouwd is, kan ze niet naar Hem toe. ‘Er is maar één oplossing. De dood.’
En dan klinkt het bevrijdende woord: ‘Jullie zijn ook gestorven… door het lichaam van Christus.’ De wet is niet gestorven, maar wij zijn door het geloof gestorven aan de wet. ‘De wet kan niks meer van je eisen.’ Dat is vrijheid. Niet wetteloosheid, maar uit genade een nieuw huwelijk met Christus. ‘Waarom ben je met Christus getrouwd? Omdat ik God vruchten zou dragen. Niet maken, niet presteren, maar dragen.’
Daarom zegt hij: ‘Je mag alles, maar je wil niet alles meer.’ Niet omdat de zweep nog boven je hangt, maar omdat ‘de liefde van Christus in mijn hart is uitgestort.’ Vrijheid is leven uit liefde, niet uit dwang.
Steeds weer keert Simons terug naar de kernvraag: ‘Ben je rechtvaardig voor God?’ Want wie in Christus is, ‘die is rechtvaardig, heilig en verlost.’ Dat is geen gevoel dat komt en gaat, maar een belofte die vastligt in Gods Woord. En daarin ligt de ware vrijheid.